DE TRIAGE-METHODIEK,  
DE FEITEN OP EEN RIJ
 
 
De Jeugdgezondheidszorg (JGZ) van de GGD Regio Twente is gestart in het basisonderwijs met de Triage-methodiek, een nieuwe onderzoeksmethode voor de preven­tieve gezondheids­onder­zoeken.  De methode biedt nog steeds elk kind een onderzoek aan en creëert daarnaast meer ruimte voor zorg op maat. Artsen en verpleegkundigen van de JGZ hebben meer mogelijkheden om snel in te spelen op vragen en verzoeken van de school.
 
Met deze factsheet informeren wij u graag waarom er gekozen is voor een nieuwe metho­diek, geven wij u inzicht in het besluitvormingsproces en in wat er wel en niet wijzigt.
 
 
Taak GGD
Het uitvoeren van preventieve gezondheids­onderzoeken die als doel hebben de lichamelijke, geestelijke, cognitieve en psychosociale ontwikkeling van jeugdigen te bevorderen. 
 
Reden wijziging
De laatste jaren is, ook landelijk, een toename waar te nemen van kinderen die extra aandacht nodig hebben. De huidige werkwijze van de JGZ biedt minder ruimte voor een goede ondersteuning van deze aandachtskinderen. 
 
Bestuurlijk besluitvormingstraject
Na het besluit van de bestuurscommissie Openbare Gezondheidszorg op 8 oktober 2009 is binnen de afdeling JGZ, op budgetneutrale wijze, invulling gegeven aan de Triage-methodiek; de werkwijze is beschreven, er zijn procedures en vragenlijsten opgesteld en
 
Voordelen van de vernieuwde werkwijze
1.    Alle kinderen zijn en blijven goed in beeld. 
2.    Het bereik van kinderen is groter. 
3.    Er zijn minder verstoringen in de klas. 
4.    Artsen en verpleegkundigen hebben meer ruimte om direct in te spelen op vragen en verzoeken van de school.
5.    Ouders hoeven geen vrij te nemen voor het eerste onderzoek. Het bereik van ouders in het vervolgtraject is groter. 
 
Samenwerking met school
Net als bij de huidige werkwijze vragen wij school een aandachtspuntenlijst in te vullen, die een indruk geeft of het kind in de categorie ‘extra aandacht’ valt. Hierin verandert er voor de school dus niets. Reden: 
1.    Kinderen die aandacht nodig hebben, komen goed in beeld. 
2.    Kind kan snel doorverwezen en geholpen worden. 
 
medewerkers zijn getraind. Daarbij zijn in een klankbordgroep gemeenten, mensen uit het onderwijs en ouders betrokken. 
 
 
 

Wat verandert er NIET?
 
1.     Elk kind wordt door de JGZ persoonlijk uitgenodigd en gezien. 
2.     Ouders en school geven en ontvangen informatie, zowel schriftelijk als mondeling.
3.     School vult een aandachtspuntenlijst in, dezelfde als in voorgaande jaren.
4.     Ouders vullen vragenlijsten in.
5.     Korte lijnen tussen school en JGZ.
6.     De arts, verpleegkundige en dokters­assistente vormen samen het team JGZ.
7.     De nieuwe werkwijze is budgetneutraal d.w.z. het is geen bezuinigingsmaatregel.
 
 
 Wat verandert er WEL?
 
1.     Het eerste contactmoment wordt uitgevoerd door de doktersassistente, als een soort check. Dit vindt plaats op school, dicht bij het kind. 
2.     Omdat de doktersassistente de kinderen van groep 2 uit de klas roept, hoeven ouders niet meer aanwezig te zijn bij dit eerste contactmoment. 
3.     Eventueel vervolgonderzoek vindt op school plaats met ouder erbij. 
4.     Artsen en verpleegkundigen houden spreekuren op school.